Toen ik 12 was, kreeg ik de diagnose anorexia. Op mijn 16,5e was ik hersteld. Die jaren daartussen hebben me diep gevormd. Niet alleen omdat anorexia zoveel van mijn leven overnam, maar ook omdat ik in die periode op heel veel manieren ben kwijtgeraakt wie ik eigenlijk was.
Ik werd gepest op school. Ik weet nog hoe er dingen naar me werden geroepen op de gang, op het schoolplein, alsof ik geen gevoel had. Alsof het normaal was dat iemand steeds kleiner werd, letterlijk en figuurlijk. Dat nageroepen worden deed iets met me. Het zorgde ervoor dat ik me nog meer ging terugtrekken, nog onveiliger werd en mezelf nog kritischer ging bekijken. Ik voelde me vaak anders, zwakker, minder dan de rest.
Thuis hielp het niet dat mijn broertje en zusje op hoog niveau voetbalden. Ik was trots op hen, echt, maar tegelijk voelde ik me vaak mislukt. Alsof zij ergens naartoe gingen en ik alleen maar vastzat in mijn eigen hoofd. Alsof ik degene was die achterbleef.
Mijn herstel was allesbehalve een rechte lijn. Het waren bijna vijf jaar van hard vechten in therapie. Zoveel gesprekken, zoveel hulpverleners. Psychologen bij wie ik me veilig voelde en die echt iets konden raken, maar ook psychologen met wie ik constant ruzie had omdat ik me niet gezien voelde, of omdat ik simpelweg nog niet klaar was om los te laten wat de anorexia me gaf. Ik had een diëtist die ik soms wel kon aanvliegen, puur uit frustratie en angst. Niet omdat zij het verkeerd deed, maar omdat alles in mij zich verzette tegen wat herstel van me vroeg.
Er was een eetlijst waar ik me vaak niet aan durfde te houden. Ik was bang voor wat eten met me zou doen. En als het dan wel lukte, kwamen de compensatie en de schuldgevoelens erachteraan. Alsof ik nooit gewoon iets kon doen zonder dat mijn hoofd er meteen oordeel, angst of straf aan koppelde. Dat maakt anorexia zo uitputtend: het zit niet alleen in eten, maar in alles wat je over jezelf bent gaan geloven.
Wat me ook is bijgebleven, is hoe machteloos mijn ouders waren. Ze hielden van me, dat voelde ik, maar ze begrepen me vaak niet goed en wisten niet hoe ze me konden helpen. Dat was voor hen pijnlijk, en voor mij ook. Juist omdat ik nu weet hoe eenzaam het is van binnen, en hoe onmachtig het ook voor ouders kan voelen, betekent het veel voor me om hier open over te zijn.
Vandaag woon ik in Barcelona en studeer ik psychologie. Soms denk ik daar nog steeds met verwondering naar. Omdat ik weet hoe ver weg dit ooit voelde. Ik weet hoe donker het kan zijn. Hoe alleen. Hoe uitzichtloos. Maar ik weet ook dat herstel echt mogelijk is. Je kunt herstellen van anorexia. Je kunt weer gelukkig worden. Je kunt weer dromen voelen, ruimte ervaren en je leven terugpakken.
Ik kon het, en jouw kind kan het ook!